1.Als de belanghebbende naar het oordeel van het college tekortschietend besef van
verantwoordelijkheid toont voor de voorziening in het bestaan dan wel de uit de wet voortvloeiende verplichtingen, niet zijnde de verplichtingen uit artikel 17 eerste lid van de wet, niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen het zich jegens het college zeer ernstig misdragen, wordt overeenkomstig deze verordening een maatregel opgelegd.
Een maatregel wordt afgestemd op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van belanghebbende.
Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld mondeling dan wel schriftelijk zijn zienswijze naar voren te brengen.Klant wordt geïnformeerd over de termijn waarbinnen de zienswijze dient te worden ingediend. Deze zienswijze en de op te leggen maatregel dient onafhankelijk getoetst te worden.