Paragraaf (of een ander kopje)
In deze verordening wordt verstaan onder:
WWB: de Wet werk en bijstand;
gehuwdennorm: de norm als bedoeld in artikel 21, onderdeel c van de WWB;
woning: een woning zoals bedoeld in artikel 1 onderdeel j Wet op de huurtoeslag, alsmede een woonwagen of woonschip, zoals bedoeld in artikel 3, lid 6 WWB;
medebewoning: de situatie waarin naast belanghebbende(n) één of meer anderen, niet zijnde:
kinderen tot 21 jaar;
kinderen van 21 jaar of ouder die een in aanmerking te nemen inkomen hebben van ten hoogste het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor hoger onderwijs, genoemd in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000;
een persoon die op basis van een huurcontract met een woningcorporatie of commerciëleverhuurder een gedeelte van de woning bewoont; hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben;
medebewoner: derde, bedoeld als in de situatie van medebewoning;
woonkosten:
indien een huurwoning wordt bewoond, de per maand geldende huurprijs, bedoeld in artikel 1,onderdeel d, van de Wet op de huurtoeslag;
Indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud.
Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden
omschreven hebben dezelfde betekenis als in de WWB en de Algemene wet bestuursrecht.