Voor zover het recht op een voorziening is ingetrokken, kan op
basis daarvan reeds uitbetaalde financiële tegemoetkoming of
persoonsgebonden budget worden teruggevorderd. Dit kan tot vijf
jaren nadat de beschikking tot intrekking onherroepelijk is
geworden.
De voorziening in natura kan van aanvrager teruggevorderd
worden. Als de terugvordering een voorziening in natura betreft
die vanwege de aard niet of niet meer feitelijk kan worden
overgedragen aan het college, wordt er een geldbedrag gevorderd.
De hoogte van het bedrag wordt bepaald op basis van de
oorspronkelijke investerings- of aanschafwaarde, rekeninghoudend
met de reguliere afschrijving ervan.
Naast het terugvorderen van de voorziening in natura kan ook een
bedrag in rekening gebracht worden voor de afschrijvingskosten,
gebaseerd op de economische levensduur van de verstrekte
voorziening. De omvang daarvan is gebaseerd op de duur van het
onrechtmatig gebruik van de voorziening.