Een aanvrager heeft aanspraak op een individuele voorziening voor
zover:
een aantoonbare beperking, een psychisch probleem of een
psychosociaal probleem waardoor de zelfredzaamheid en/of
maatschappelijke participatie beperkt wordt, aanwezig is
en;
er een langdurige noodzaak is en;
de te verstrekken voorziening de goedkoopst-compenserende
is.