Geen aanspraak op een individuele voorziening bestaat voor zover sprake
is van:
(wettelijk) voorliggende voorzieningen;
algemene voorzieningen;
algemeen gebruikelijke voorzieningen;
collectieve voorzieningen;
huisgenoten die in staat zijn om werkzaamheden over te
nemen;
een aanvraag die betrekking heeft op kosten die de aanvrager
voorafgaande aan het moment van aanvragen heeft gemaakt en niet
meer is na te gaan of deze voorziening noodzakelijk was en als
goedkoopst-compenserend aan te merken valt;
aantoonbare meerkosten;
op de compensatie betrekking hebbende kosten, welke naar het
oordeel van het college vermeden hadden kunnen worden;
een beperking die al eerder op grond van deze verordening is
gecompenseerd en waarvan het college van mening is dat de
getroffen maatregelen nog steeds goedkoopst-compenserend en
passend zijn. Dit is niet van toepassing als de eerder vergoede
of verstrekte voorziening niet meer te gebruiken is als gevolg
van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te
rekenen;
een participatieprobleem met een duur korter dan zes
maanden;
een hoofdverblijf niet in Gouda.
Hoofdstuk 1
Artikel 6
Geen aanspraak op individuele voorziening
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning