**1..** Leden van de raad die kunnen aantonen dat zij door het raadslidmaatschap het aantal uren reguliere arbeidsduur terugbrengen, kunnen aanspraak maken op een tegemoetkoming in de pensioenpremie.
**2..** Het raadslid dient daartoe aan te tonen dat door het terugbrengen van het aantal uren reguliere arbeidsduur de pensioenopbouw wordt verlaagd.
**3..** De hoogte van de tegemoetkoming in de pensioenpremie is gelijk aan het werkgeversdeel van de premie, die nodig is om het verschil tussen de oorspronkelijke pensioenuitkering en de pensioenuitkering waarop het raadslid recht heeft, nadat het aantal uren reguliere arbeidsduur terug is gebracht, te compenseren.
**4..** Bij het bepalen van de hoogte van de tegemoetkoming in de pensioenpremie, zoals bedoeld in lid 3, wordt uitgegaan van de pensioenoverzichten die door de pensioenverzekeraar worden verstrekt.
**5..** Het raadslid krijgt het bedrag als bedoeld in lid 3 uitgekeerd en dient zelf zorg te dragen voor een aanvullende pensioenverzekering.
Hoofdstuk II
Artikel 11
Voorziening ouderdom.
Onderdeel van Verordening geldelijke voorzieningen raadsleden 2006