Burgemeester en wethouders verlenen in principe medewerking aan een verzoek om het verlenen van ontheffing als een plan voldoet aan de onder artikel 4 tot en met 15 gestelde regels mits:
het woon- en leefmilieu van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast;
de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast;
de stedenbouwkundige/ruimtelijke structuur/samenhang van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast, waarbij onder andere nadrukkelijk rekening wordt gehouden met beschermde stadsgezichten en/of (nabijgelegen) mogelijk anderszins waardevolle panden.