Als de kosten voor woonvoorzieningen meer bedragen dan €
3.170,76,- geldt het primaat van verhuizen. De maximale
vergoeding voor verhuiskosten op declaratiebasis bedraagt €
3.170,76.
De financiële tegemoetkoming wordt betaald aan de eigenaar van
de woning en bedraagt maximaal 100% van de goedgekeurde
offertekosten.
Als de geschatte aanpaskosten hoger zijn dan € 6.807,00 dienen minimaal
drie offertes (gesplitst in kosten van volumes/onderdelen, gebruikte
materialen en arbeid) te worden aangevraagd. Daarbij gelden voor
bouwkundige of woontechnische voorzieningen de volgende maxima:
€ 949,00 voor een woonwagen die binnen vijf jaar is afgeschreven
of waarvan de standplaats binnen vijf jaar wordt opgeheven;
€ 949,00 voor een woonschip dat binnen vijf jaar is afgeschreven
of waarvan binnen vijf jaar de ligplaats weg moet;
€ 6.807,00 voor het bezoekbaar en/of logeerbaar maken van een
woning.
Bij het vaststellen van de hoogte van de financiële
tegemoetkoming in de kosten van een woningaanpassing in
de vorm van bouwkundige of woontechnische
woonvoorziening (wordt rekening gehouden met de volgende
kostensoorten:
de aanneemsom (waarin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor
het treffen van de voorziening;
de risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met
inachtneming van het bepaalde in de risicoregeling woning- en
utiliteitsbouw 1991;
als het noodzakelijk wordt geacht een architect in te schakelen:
het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom,
met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale
honorarium als bepaald in de Standaardvoorwaarden
1988/Rechtsverhouding odrachtgever-architect van de Bond van
Nederlandse Architectenen de kosten van het toezicht op de
uitvoering, alsdit noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van
de aanneemsom;
de leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de
voorziening;
de verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare
omzetbelasting;
Het renteverlies in verband met het verrichten van noodzakelijke
betaling aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald, voor
zover deze verband houdt met de bouw dan wel het treffen van de
voorziening;
de kosten van het verwerven van extra bouwrijpe grond indien
noodzakelijk als niet gebouwd kan worden binnen de
oorspronkelijke kavel;
de door het college schriftelijk goedgekeurde kostenverhogingen
die ten tijde van de raming van de kosten niet te voorzien
waren;
de kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en
adviezen met betrekking tot het verrichten van de
aanpassing;
de kosten van heraansluiting op de openbare
nutsvoorziening;
de administratiekosten die de verhuurder maakt ten behoeve van
het treffen van de bouwkundige voorziening, voor zover de kosten
onder a tot en met j meer bedragen dan € 1.2177,54 voor 10% van
die kosten tot maximaal € 474,11.
Als er sprake is van sanering van de vloerbedekking niet
ouder dan zeven jaar bedraagt de financiële
tegemoetkoming maximaal € 35,- per m2 (inclusief arbeid,
noodzakelijke materialen en BTW). De hoogte van de
vergoeding is afhankelijk van de afschrijvingstermijn
van het te vervangen artikel. De vergoeding bedraagt een
percentage van de kosten te weten:
100% indien als het artikel nieuwer is dan twee
jaar;
75% alsindien het artikel tussen de twee en vier
jaar oud is;
50% indien als het artikel tussen de vier en zes
jaar oud is;
25% indien als het artikel tussen de zes en
zevenacht jaar oud is.
De hoogte van de financiële tegemoetkoming in de kosten
in verband met huurderving is afhankelijk van de kale
huur van de woonruimte met een maximum van € 631,00 per
maand voor de duur van maximaal één jaar.
Als er sprake is van tijdelijke huisvesting is de hoogte
van de vergoeding:
maximaal € 685,00 per maand bij een zelfstandige
woonruimte;
maximaal € 342,00 per maand bij een niet-zelfstandige
woonruimte.
Als een woonvoorziening tot meerwaarde van de woning
heeft geleid en de woning binnen zes jaar verkocht
wordt, dan geldt volgens onderstaand schema het bedrag
dat door de aanvrager aan het college terugbetaald moet
worden:
voor het eerste jaar 100% van de meerwaarde;
voor het tweede jaar 80% van de meerwaarde;
voor het derde jaar 70% van de meerwaarde;
voor het vierde jaar 60% van de meerwaarde;
voor het vijfde jaar 40% van de meerwaarde;
voor het zesde jaar 20% van de meerwaarde.
Als bijlage is bij deze regeling gevoegd een lijst met
standaard woonvoorzieningen, waarin opgenomen de
maximaal uit te keren bedragen per woonvoorziening.
Hoofdstuk III
Artikel 6
Financiële tegemoetkoming woonvoorzieningen
Onderdeel van Regeling maatschappelijke ondersteuning 2013