Het college kan de ligplaatsvergunning intrekken indien:
de ligplaatsvergunning ten gevolge van een onjuiste opgave of informatie is verleend;
de werkelijke situatie niet meer overeenstemt met de gegevens in de ligplaatsvergunning;
niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften;
het bedrijfsvaartuig gedurende een periode van minimaal 1 jaar niet wordt gebruikt voor het uitoefenen van het bedrijf waarvoor vergunning is verleend aan de vergunninghouder;
het bedrijfsvaartuig waarop de vergunning betrekking heeft zonder melding aan het college gedurende een periode langer dan 6 aaneengesloten maanden buiten de gemeente verblijft;
de in de vergunning opgenomen voorschriften niet zijn of worden nagekomen;
het bedrijfsvaartuig wordt verhuurd aan een derde.