Bij de bepaling van het aantal dagen waarover de te verlenen betalingskorting wordt berekend, wordt:
de maand waarin de eerste betalingstermijn van de belastingaanslag vervalt, tot het werkelijke aantal dagen in aanmerking genomen met dien verstande dat de maand februari altijd op 28 dagen wordt gesteld;
een volle maand gesteld op 30 dagen.
Artikel 28c
Artikel 28c
Onderdeel van Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 Hoofdstuk III. Betalingskorting en invorderingsrente