Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Regels

Onderdeel van Regeling flexibele werktijden

De volgende regels moeten in acht worden genomen: Elektronische tijdregistratie met een badge is verplicht voor de medewerk(st)ers die werkzaam zijn in het stadhuis en voor medewerkers die daarvoor zijn aangewezen.Men dient altijd persoonlijk te klokken wanneer: men het stadhuis betreedt om arbeid te verrichten; men met het verrichten van arbeid stopt; men het gebouw verlaat (dienstreis, artsbezoek, cursus, enz.) Afgezien van ziekte, verlof, dienstreis of andere buitengewone omstandigheden behoort elk personeelslid gedurende deze tijden in ieder geval aanwezig te zijn, tenzij betrokkene volgens het opgegeven werkrooster niet aanwezig hoeft te zijn. Wanneer de arbeidstijd langer is dan 5½ uur dient minimaal een aaneengesloten pauze gehouden te worden van 30 minuten.De lunchpauze kan variabel genoten worden binnen de periode van 12.00 tot 13.30 uur. De avondpauze kan variabel genoten worden binnen de periode van 17.00 uur tot 20.00 uur.Neemt men minder dan 30 minuten pauze na 5½ uur gewerkt te hebben, dan houdt het tijdregistratiesysteem automatisch rekening met 30 minuten pauze.Het is mogelijk om tussen 12.30 en 13.30 gebruik te maken van het personeels-restaurant. Het werkrooster wordt in principe voor onbepaalde tijd door de chef in overleg met de medewerker vastgesteld. Wanneer in dit rooster veranderingen noodzakelijk zijn, dient men dit minimaal 4 weken voordat de verandering ingaat door te geven aan de afdeling P&O. Werkrooster voor een fulltime medewerker:Er kan volgens de volgende manieren een werkrooster opgesteld worden: Een week van 5 dagen van 7 uur en 12 minuten (7,2 uur); Een week van 4 dagen van 9 uur; Een week van 4 dagen van 8 uur en 1 dag van 4 uur; Een tweewekelijkse cyclus van: 1 week van 4 dagen van 8 uur en 1 week van 5 dagen van 8 uur. De begintijd mag liggen op de hele of halve uren, zodat ‘s-ochtends begonnen kan worden om 7.00, 7.30, 8.00, 8.30 of 9.00 uur en ‘s-middags om 12.00, 12.30, 13.00 en 13.30 uur. Het bovenstaande kan eventueel ook verwerkt worden in een tweewekelijks werkrooster. In overleg met de chef en de afdeling P&O kan een afwijkend werkrooster opgesteld worden. Werkrooster voor een parttime medewerkerVoor parttime medewerk(st)ers is het opstellen van een werkrooster gebonden aan de volgende voorwaarden:Allereerst moet aangegeven worden welke dag(en) de betrokken medewerker niet werkt.Daarna worden de resterende dagen in een gelijk aantal uren verdeeld en worden de begin en eindtijden met inachtneming van de glij- en bloktijden ingevuld. In overleg met de chef en de afdeling P&O kan een afwijkend werkrooster opgesteld worden. Bij het bepalen van de individuele flexibele werktijd blijft de medewerker in beginsel gebonden aan een werkweek van gemiddeld 36 uur. De gemiddelde werkweek van 36 uur geldt voor de gehele organisatie. De weekopbouw kan per medewerker verschillen i.v.m. de eventuele parttime factor of tewerkstelling per organisatieonderdeel. Door compensatie van b.v. toegekende ATV-uren wordt de gemiddelde werkweek van 36 uur in stand gehouden. Het eventuele positieve urensaldo (verkregen binnen de geldende bedrijfstijd) wordt aan het einde van elke week automatisch overgeheveld naar de binnen het tijdregistratiesysteem aanwezige “verlofteller”Het eventuele negatieve urensaldo wordt aan het einde van elke week automatisch afgetrokken van de binnen het tijdregistratiesysteem aanwezige “verlofteller”. Op de registratieterminal in de hal is het saldo van deze teller zichtbaar via de infoknop. Bij het ziek zijn gedurende een gehele of een gedeelte van een dag wordt rekening gehouden met de fictieve werktijd of de dagnorm zoals aangegeven in het werkrooster. Bij het ziek zijn gedurende een gehele dag kan men geen tegoed aantal uren verkrijgen. In geval van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid wordt door de chef in overleg met de medewerker en de afdeling P&O voor die periode een werkrooster opgesteld. Hierbij wordt rekening gehouden met de aanwijzingen van de Arbodienst. Voor medewerkers die gebruik maken van het tijdregistratiesysteem geldt het volgende: In de week waarin verlof wordt opgenomen worden alleen de uren geteld die gewerkt zijn. Aan het einde van die week worden de “te weinig” gewerkte uren t.o.v. de voor die week geldende weeknorm van het verlof afgeschreven en de “te veel gewerkte uren t.o.v. de voor die week geldende weeknorm bij het verlof opgeteld. Het saldo van het verlof mag, voor alle medewerkers, op 31 december 2003 voor het meenemen naar het volgend jaar niet meer bedragen dan:Voor fulltime medewerkers - de helft van het reguliere verlof (Zie artikel 2q) + 50 uur.Voor parttime medewerkers - de helft van het reguliere verlof + (50 uur x de parttime factor). Voor medewerkers die geen gebruik maken van het tijdregistratiesysteem wordt het verlof, in uren, bijgehouden op een verlofkaart. Deze medewerkers sparen doordat zij een gemiddelde werkweek van 38 uur hebben, 13 ATV-dagen per jaar. De A.T.V.-dagen behoren niet tot het reguliere verlof. ((artikel 2q) Vanaf het jaar 2004 mag op 31 december van een jaar het verlofsaldo, voor alle medewerkers, op 31 december voor het meenemen naar het volgend jaar niet meer bedragen dan: De helft van het reguliere verlof. Bij de berekening van de uren voor buitengewoon verlof zoals omschreven in artikel 6:4, 6:4:1, 6:4:1a, 6:4:2 en 6:4:3 van de CAR-UWO wordt uitgegaan van de dagnorm/fictieve werktijden van het persoonlijk werkrooster.Het gestelde in de bovengenoemde artikelen van de CAR-UWO is leidraad voor het handelen van de afdelingschef. Hij draagt er zorg voor dat het maximale aantal dagen buitengewoon verlof zoals dit in genoemde artikelen is omschreven niet overschreden wordt. Voor zover men invloed heeft op het vaststellen van het tijdstip dient men dit bij voorkeur buiten de bloktijden te kiezen. Ook bij de berekening van doktersbezoeken wordt uitgegaan van de dagnorm/fictieve werktijd volgens het werkrooster. Overuren worden uitsluitend als zodanig aangemerkt (behoudens calamiteiten) indien daartoe door het hoofd van de sector c.q. de directeur of namens hen opdracht is gegeven. Alleen uren die buiten de bedrijfstijden gewerkt worden kunnen aangemerkt worden als overuren.Voor het bijwonen van commissie- en raadsvergaderingen of bijeenkomsten waarbij ambtenaren functioneel aanwezig dienen te zijn, dienen deze bij aanvang en na afloop van deze vergaderingen te klokken. Bij zakelijke afwezigheid zoals dienstreizen en cursussen rekent het systeem met de tijden volgens het opgegeven werkrooster.Wanneer men later “inklokt“ met als reden dienstreis of cursus rekent het systeem vanaf de begintijd volgens het opgeven werkrooster. Wanneer men eerder “uitklokt“ met als reden dienstreis of cursus rekent het systeem tot de eindtijd volgens het opgeven werkrooster. Wanneer men bij een dienstreis langer of korter werkt dan de fictieve werktijden dient men dit via een correctieformulier aan het afdeling P&O kenbaar te maken. Bij een cursus, seminar of congres waarbij een vergoeding van 100% wordt toegekend, wordt voor deze dag, ongeacht het werkrooster van de medewerker, 4 uur per dagdeel gecompenseerd tot een maximum van 8 uur per dag. Onder een dagdeel wordt verstaan een ochtend of een middag. Cursussen geheel of gedeeltelijk in de avonduren worden niet in uren gecompenseerd De afdelings-onderdelen zoals bijv. dossierverstrekking, telefooncentrale, informatiecentrum e.d. zijn gehouden om ten minste gedurende de “tijden voor interne dienstverlening” voldoende bezet te zijn. Wanneer wijzigingen in de begin of eindtijd noodzakelijk zijn, kan dit door opgave van de juiste tijdstippen middels een mutatieformulier gecorrigeerd worden.Dit formulier moet ondertekend door de chef, binnen 14 dagen na afloop van de betreffende week (onvoorziene omstandigheden daargelaten) bij de afdeling P&O worden ingediend.Wijzigingen korter dan 15 minuten worden niet verwerkt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel