1.Het is, behoudens het bepaalde in artikel 2:29, verboden zonder
(voorlopige) vergunning van de
burgemeester een inrichting als bedoeld in deze paragraaf te
exploiteren.
2.Indien naar het oordeel van de burgemeester onvoldoende vaststaat
of wordt voldaan aan het
gestelde in artikel 2:28a, kan door de burgemeester een vergunning
worden afgegeven voor een
proefperiode van ten hoogste een jaar.
3.Indien gedurende de proefperiode als bedoeld in het vorige lid
blijkt dat niet voldaan wordt aan
het gestelde in artikel 2:28a, kunnen door de burgemeester nadere
voorschriften worden gesteld
of kan de burgemeester de proefvergunning intrekken.
4.Indien tijdens de proefperiode niet van bezwaren is gebleken,
deelt de burgemeester de
exploitant schriftelijk mede, dat de proefvergunning met ingang van
een nader door hem te
bepalen datum dient te worden beschouwd als een vergunning, als
bedoeld in het eerste lid.
5.Bij het onherroepelijk worden van een nieuwe vergunning vervalt de
oude vergunning van
rechtswege.
6.Op het verbod is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht niet van toepassing.
HOOFDSTUK 2 › Afdeling 7
Artikel 2:28
Exploitatievergunning / proefvergunning horecabedrijf
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Capelle aan den IJssel 2013