1.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en
veiligheid, het voorkomen of
beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen
van het woon- of
leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid
of de zedelijkheid aan
degene die strafbare feiten of openbare orde verstoren de
handelingen verricht een verbod
opleggen om zich te bevinden op in dat verbod aangewezen gebied
gedurende een in het verbod
neergelegde periode.
2.Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de
burgemeester aan degene aan
wie eerder een omgevingsverbod als bedoeld in het eerste lid is
opgelegd en ten aanzien van wie
wordt geconstateerd dat hij opnieuw strafbare feiten of openbare
orde verstorende handelingen
verricht, een omgevingsverbod opleggen om zich gedurende een in dat
verbod genoemd tijdvak
van ten hoogste 30 dagen te bevinden op in dat verbod aangewezen
gebied.
3.Een omgevingsverbod krachtens het tweede lid kan slechts worden
opgelegd indien strafbare
feiten of andere openbare orde verstorende handelingen binnen zes
maanden na het opleggen
van een eerder omgevingsverbod, opgelegd op grond van het eerste of
tweede lid, zijn
geconstateerd.
4.De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde
omgevingsverboden, indien dat
in het verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene
noodzakelijk is.
5.Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
burgemeester opgelegd
omgevingsverbod.
HOOFDSTUK 2 › Afdeling 16
Artikel 2:78
Omgevingsverbod
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Capelle aan den IJssel 2013