1.Het is een inrichting toegestaan maximaal twaalf incidentele
festiviteiten per kalenderjaar te
houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17 ,
2.19 en 2.20 van het Besluit
en artikel 4:5 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits
de houder van de inrichting ten
minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college
daarvan in kennis heeft
gesteld.
2.Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal twaalf
incidentele festiviteiten per
kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van
sportactiviteiten waarbij
artikel 4.113, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is,
mits de houder van de inrichting
ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het
college daarvan in kennis heeft
gesteld.
Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
kennisgeving.
De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
formulier, volledig en naar waarheid
ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier
vermeld.
5.De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
college op verzoek van de
houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die
redelijkerwijs niet te voorzien was,
terstond toestaat.
Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
inrichting bedraagt niet meer dan
65 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur
60 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur
55 dB(A) tussen 23.00 en 01.00 uur
gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van
1,5 meter.
7.De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
onversterkte muziek en exclusief
10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de
bedrijfsduurcorrectie buiten
beschouwen gelaten.
8.Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore
brengen van extra muziek - hoger
dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
van het Besluit en artikel 4:4
van deze verordening - uiterlijk om 01.00 uur beëindigd.
9.De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het
bebouwde gedeelte van de inrichting
en niet voor de buitenruimte.
10.Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
deuren gesloten, behoudens voor
het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.
HOOFDSTUK 4 › Afdeling 1.
Artikel 4:3
Kennisgeving incidentele festiviteiten
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Capelle aan den IJssel 2013