**1..** Bij de inzet van voorzieningen wordt gekozen voor die voorziening die adequaat en toereikend is voor het doel dat beoogd wordt.
**2..** Het college kan een of meer subsidie- of budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen of een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening.
**3..** Het college weigert de inzet van een voorziening als het plafond, dat door het college ingevolge lid 2 voor de betreffende voorziening is ingesteld, is bereikt. Indien een ingesteld budgetplafond bereikt wordt, biedt het college een andere voorziening als alternatief aan indien dit noodzakelijk wordt geacht.
**4..** Bij de afweging of een voorziening noodzakelijk is en welke voorziening in dat geval het meest geschikt is voor de persoon, betrekt het college in elk geval het perspectief van belanghebbende op een reguliere baan en de motivatie van belanghebbende. Tevens houdt het college rekening met zorgtaken. Het college kan voordat besloten wordt tot ondersteuning dan wel inzet van een voorziening een onderzoek (laten) doen, overeenkomstig artikel 18 naar de mogelijkheden van de persoon uit de doelgroep en naar de geschiktheid van ondersteuning dan wel voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling.
**5..** Het college weigert de inzet van een voorziening indien door belanghebbende aanspraak kan worden gemaakt of beroep kan worden gedaan op een voorziening buiten de wet om die naar het oordeel van het college in voldoende mate bijdraagt aan de arbeidsinschakeling.
Hoofdstuk 1
Artikel 3
Inzet van voorzieningen
Onderdeel van Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2013