Naar hoofdinhoud
De bevoegdheden opgenomen in de hieronder genoemde artikelen van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie v.w.b.: a.artikel 6:17: het (digitaal) versturen van de op de zaak betrekking hebben stukken aan in ieder geval de gemachtigde; b.artikel 7:4, tweede lid: het ter inzage leggen van op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen; c.artikel 7:6, tweede lid: het afzien van het horen van belanghebbenden in elkaars aanwezigheid horen; d.artikel 7:6, vierde lid: het achterwege laten van het op de hoogte stellen van partijen over het verhandelde tijdens de afzonderlijke hoorzittingen. e.artikel 7:9: het meedelen aan belanghebbenden van nieuw bekend geworden feiten of omstandigheden na het horen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel