Naar hoofdinhoud
1. Een lid van een commissie, geen raadslid zijnde, alsmede de voorzitter van de in artikel 1, letter c, onder 3 genoemde commissie, ontvangt een vergoeding van reiskosten en zo nodig verblijfkosten, indien de afstand tussen zijn woning en de plaats waar vergaderd wordt tenminste 6 km bedraagt. 2. De vergoeding wordt bepaald naar de noodzakelijk gemaakte kosten, waarbij reiskosten ten hoogste de voor rijkspersoneel geldende regeling wordt aangehouden. 3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op ambtenaren die, als zodanig, tot lid van een commissie zijn benoemd. Onder ambtenaren zijn begrepen zij die op overeenkomst naar burgerlijk recht in dienst van de overheid zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel