De verlaging als bedoeld in artikel 31 van de wet bedraagt 10% van de gehuwdennorm voor gehuwden
die een woning delen met één ander;
die geen woning bewonen.
De verlaging als bedoeld in artikel 31 van de wet bedraagt 15% van de gehuwdennorm voor gehuwden
die een woning delen met twee of meer anderen;
die een woning bewonen waaraan voor belanghebbenden geen kosten van huur of hypotheeklasten verbonden zijn.
De verlaging als bedoeld in artikel 31 van de wet bedraagt 20% van de gehuwdennorm voor gehuwden
in wiens woning één of meer anderen hun hoofdverblijf hebben én bovendien een woning bewonen waaraan voor belanghebbenden geen kosten van huur of hypotheeklasten verbonden zijn.
In afwijking van het eerste, tweede en derde lid blijft de verlaging als bedoeld in artikel 31 van de wet achterwege voor de gehuwde(n)
in wiens woning alleen eigen - of stief kinderen hun hoofdverblijf hebben, met uitzondering van gehuwde kinderen ouder dan 21 jaar;
die als kostgangers of onderhuurders inwonend zijn en een bijdrage in de kosten van huur of hypotheeklasten leveren ter hoogte van ten minste 20 % van de gehuwdennorm;
die verzorgingsbehoevende of verzorgende is.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 4
Verlaging gehuwden
Onderdeel van Toeslagen- en verlagingenverordening Wet investeren in jongeren