In het kader van leeftijdsbewust personeelsbeleid bieden burgemeester en wethouders de volgende aanvulling op artikel 6:2 van deze regeling:
**1..** De volgens artikel 6:2 van deze regeling vastgestelde duur van het vakantieverlof wordt voor medewerkers die voor 1 januari 1997 in dienst zijn getreden vermeerderd met:
14,4 uren bij het bereiken van de leeftijd van 35 jaar of bij een diensttijd in overheidsdienst van 15 jaar;
28,8 uren bij het bereiken van de leeftijd van 45 jaar of bij een diensttijd in overheidsdienst van 25 jaar;
43,2 uren bij het bereiken van de leeftijd van 55 jaar of bij een diensttijd in overheidsdienst van 35 jaar;
**2..** De volgens artikel 6:2 van deze regeling vastgestelde duur van het vakantieverlof wordt voor medewerkers die op of na 1 januari 1997 in dienst zijn getreden vermeerderd met:
14,4 uren bij het bereiken van de leeftijd van 45 jaar of bij een diensttijd in overheidsdienst van 25 jaar;
28,8 uren bij het bereiken van de leeftijd van 55 jaar of bij een diensttijd in overheidsdienst van 35 jaar;
**3..** De vermeerdering van het vakantieverlof wordt voor het eerst genoten in het kalenderjaar, waarin de in het eerste lid bedoelde diensttijd of leeftijd wordt bereikt.
**4..** De duur van het vakantieverlof wordt voor personeelsleden, die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt, verhoogd met een aantal dienstdagen, als hieronder aangegeven. De leeftijd, welke in het desbetreffende jaar wordt bereikt, is hierbij bepalend. Leeftijd van 18 jaar en jonger: verhoging met 7,2 uren;
**5..** Op verzoek van de medewerker kunnen jaarlijks maximaal 21,6 uren (drie dagen) leeftijdsverlof uitbetaald worden. Burgemeester en wethouders kunnen een dergelijk verzoek alleen afwijzen indien daartegen vanuit financieel en/of organisatorisch oogpunt bezwaar bestaat
Hoofdstuk
Artikel 6:2:1:3
Artikel 6:2:1:3
Onderdeel van Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Putten Hoofdstuk 6 Vakantie, vakantietoelagen en (zwangerschaps- en bevallings) verlof