Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2:2

– Hoogte van de langdurigheidstoeslag

Onderdeel van Verordening Langdurigheidstoeslag 2013

1.. De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar: a. voor een gezin € 515; b. voor een alleenstaande ouder € 460; c. voor een alleenstaande € 360. 2.. Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de aanvraagdatum bepalend. 3.. Indien één van de gezinsleden op de aanvraagdatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 van de wet en nog slechts één gezinslid recht heeft op langdurigheidstoeslag komt het rechthebbend gezinslid in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. 4.. De in het eerste lid van dit artikel genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari aangepast met een percentage dat overeenkomt met het procentuele verschil tussen de gezinsnorm per 1 januari van dat jaar en de gezinsnorm van het daar aan voorafgaande jaar. De bedragen worden op hele euro’s naar boven afgerond.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel