Voor de toepassing van de artikelen 2:1 en 3:1 van de verordening worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft:
Kinderen met studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 en/ofeen inkomen uit of in verband met arbeid of alimentatie tot een maximum van ten hoogste het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor hoger onderwijs, genoemd in artikel 3.18 van de wet studiefinanciering 2000.
Kinderen met een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en/of een inkomen uit of in verband met arbeid of alimentatie tot een maximum van ten hoogste het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor hoger onderwijs, genoemd in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000.
HOOFDSTUK 3:
Artikel 3:5-
Verlaging norm bij studiefinanciering en tegemoetkoming onderwijsbijdrage
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen WWB 2013