1. Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de orde en de
veiligheid tekens doen plaatsen, die zijn vermeld in het BPR, en de
tekens doen voorzien van nadere aanduidingen.
2. Het is verboden te handelen in strijd met een teken en daarbij
behorende nadere aanduidingen, als bedoeld in het eerste
lid.
3. Burgemeester en wethouders kunnen van het in het tweede
lid gestelde verbod ontheffing verlenen.