Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.10

Verbod tot het innemen van een ligplaats

Onderdeel van Havenverordening Urk 2009

1. Burgemeester en wethouders kunnen de schipper een verbod opleggen om met zijn vaartuig de haven binnen te varen, een ligplaats in te nemen of in de haven op een ligplaats te verblijven, indien het vaartuig gevaar, schade, hinder of nadelige gevolgen voor het milieu met zich meebrengt of met zich kan meebrengen. 2. Burgemeester en wethouders kunnen de schipper een verbod opleggen om met zijn vaartuig een ligplaats in te nemen of in de haven op een ligplaats te verblijven, indien het vaartuig in een dusdanig verwaarloosde toestand of uiterlijke verschijning heeft dat het nadelige gevolgen met zich meebrengt voor het aanzien van de haven. 3. De verboden als bedoeld in het eerste en tweede lid worden pas opgelegd nadat is gebleken dat geen uitvoering is gegeven aan maatregelen die in de onderhavige gevallen door Burgemeester en wethouders kunnen worden opgelegd of indien geen maatregelen mogelijk zijn ter voorkoming van de ongewenste situatie. 4. De verboden als bedoeld in het eerste en tweede lid worden de schipper eerst mondeling en bij het geen gevolg geven aan het verbod schriftelijk meegedeeld.

Rechtspraak bij dit artikel