Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.19

Geluidsoverlast

Onderdeel van Havenverordening Urk 2009

1. Het is verboden om aan boord van een vaartuig voortstuwingsinstallaties, motoren, aggregaten, geluidsapparatuur of andere toestellen of installaties in werking te hebben of werkzaamheden of activiteiten te verrichten in strijd met de geluids- en trillings voorschriften van afdeling 2.8 van het Activiteitenbesluit. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1, geldt voor het inwerking hebben van toestellen of installaties of werkzaamheden die plaats vinden binnen het gezoneerd industrieterrein zoals bepaald in het bestemmingsplan Havens, dat hierdoor het cumulatieve geluidsniveau van het industrieterrein de geluidszone zoals bepaald in het bestemmingsplan Havens niet wordt overschreden. 3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op het (laten) verrichten van werkzaamheden bij een bedrijf of een inrichting die voor die werkzaamheden beschikt over een vergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht dan wel de Wet milieubeheer. 4. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op geluidsversterkers, voor zover deze gebruikt worden voor het veilig manoeuvreren van vaartuigen.

Rechtspraak bij dit artikel