1. Het is verboden om aan boord van een vaartuig
voortstuwingsinstallaties, motoren, aggregaten, geluidsapparatuur of
andere toestellen of installaties in werking te hebben of werkzaamheden
of activiteiten te verrichten in strijd met de geluids- en trillings
voorschriften van afdeling 2.8 van het Activiteitenbesluit.
2. In afwijking van het bepaalde in lid 1, geldt voor het inwerking
hebben van toestellen of installaties of werkzaamheden die plaats vinden
binnen het gezoneerd industrieterrein zoals bepaald in het
bestemmingsplan Havens, dat hierdoor het cumulatieve geluidsniveau van
het industrieterrein de geluidszone zoals bepaald in het bestemmingsplan
Havens niet wordt overschreden.
3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op
het (laten) verrichten van werkzaamheden bij een bedrijf of een
inrichting die voor die werkzaamheden beschikt over een vergunning op
grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht dan wel de Wet
milieubeheer.
4. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op
geluidsversterkers, voor zover deze gebruikt worden voor het veilig
manoeuvreren van vaartuigen.