Zowel de schipper van een vaartuig als de exploitant van een aan de
havens gelegen terrein is verplicht:
a. zodanige maatregelen te nemen, dat het te water geraken van
vloeistoffen (niet zijnde water en huishoudelijk afvalwater), voorwerpen
of zelfstandigheden wordt voorkomen;
b. onmiddellijk na het te water geraken van het onder a genoemde daarvan
kennis te geven aan de havenmeester en er zorg voor te dragen, dat deze
vloeistoffen, voorwerpen of zelfstandigheden onmiddellijk of, bij
gebreke van dien, binnen de door burgemeester en wethouders te bepalen
tijd uit de haven wordt verwijderd.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2
Vrijkomen van stoffen en dergelijke
Onderdeel van Havenverordening Urk 2009