Indien na overtreding van een verbod als bedoeld in de
artikelen 2.10, 2.12, 2.13, 2.20, 3.7, 3.8, 4.1 en
4.2 naar het oordeel van Burgemeester en wethouders
ernstige vrees bestaat dat de veiligheid in de haven door de
overtreder(s) opnieuw zou kunnen worden verstoord, kunnen zij de
overtreder(s) met zijn (hun) vaartuig, respectievelijk de schipper met
het vaartuig waarop de overtreding plaatsvond voor maximaal 12 maanden
de toegang tot de haven of een deel van de haven ontzeggen.