Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5:3

60-jarigenregeling (T)

Onderdeel van Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Putten Toelichting

Algemeen Dit artikel voorziet in de mogelijkheid voor de ambtenaar die de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt, de werktijd tot de helft terug te brengen waarbij de bezoldiging gedurende een jaar voor 95% wordt uitbetaald. Als nadere voorwaarde geldt dat betrokkene ten minste 14,4 uur per week werkzaam is en een ononderbroken diensttijd heeft van tien jaar. Daarbij geldt het vereiste dat het verzoek van werkgevers- of van werknemerszijde tot vermindering van de werktijd is ingewilligd. Het verzoek van de ambtenaar gebruik te kunnen maken van de 60-jarigenregeling kan vanuit werkgeverszijde worden geweigerd wanneer er sprake is van een organisatorisch belang. Wanneer de werkgever de ambtenaar verzoekt gebruik te maken van de 60-jarigenregeling, kan de ambtenaar om redenen die voor hem van belang zijn weigeren op dit verzoek in te gaan. Wanneer het verzoek tot arbeidsduurvermindering is gehonoreerd, wordt de bezoldiging voor 95% uitbetaald waarbij de arbeidsduur met de helft wordt teruggebracht. Betrokkene krijgt de bezoldiging voor 95% doorbetaald tot het moment dat de leeftijd van 61 jaar is bereikt. Let wel, het gaat hier uitsluitend om het bereiken van de leeftijd van 61 jaar. Dit betekent dat degene die reeds 40 dienstjaren heeft voordat de leeftijd van 61 jaar wordt bereikt of op het moment dat betrokkene 60 jaar wordt, niettemin 95% van de bezoldiging behoudt tot het moment van bereiken van de leeftijd van 61 jaar. De ambtenaar met 40 dienstjaren kan op deze wijze gedurende een jaar van de 60-jarigenregeling gebruikmaken. Indien de ambtenaar bij het bereiken van de leeftijd van 61 jaar geen gebruikmaakt van de mogelijkheid van FPU dan wel niet volledig uittreedt maar slechts voor een deel (deeltijd- FPU), ontstaat de volgende situatie: geen FPU-ontslag De formele arbeidsduur blijft gehandhaafd op 100%, de verminderde seniorenarbeidsduur blijft gehandhaafd op 50%; de doorbetaling van de bezoldiging wordt in overeenstemming gebracht met de omvang van de verminderde seniorenarbeidsduur en komt daarmee op 50% van de oorspronkelijke bezoldiging; gedeeltelijk FPU-ontslag Van de ambtenaar die voor 50% of minder van de oorspronkelijke betrekkingsomvang uittreedt, wordt de formele arbeidsduur dienovereenkomstig aangepast. De verminderde seniorenarbeidsduur wordt echter gehandhaafd op 50% van de oorspronkelijke formele arbeidsduur. De doorbetaling van de bezoldiging wordt in overeenstemming gebracht met de omvang van de verminderde seniorenarbeidsduur. Van de ambtenaar die voor meer dan 50% uittreedt, worden de formele en de seniorenarbeidsduur teruggebracht met eenzelfde percentage. De doorbetaling van de bezoldiging komt overeen met de betrekkingsomvang die resteert. Dat levert voor een ambtenaar met een aanstelling van 36 uur per week het volgende beeld op: Indien er geen sprake is van FPU-ontslag bij het bereiken van de leeftijd van 61 jaar; De formele arbeidsduur blijft gehandhaafd op 36 uur, de seniorenarbeidsduur op 18; de bezoldiging wordt voor 50% doorbetaald, en dus gebaseerd op 18 uur. Indien er sprake is van 50% FPU-ontslag bij 61 jaar: Als gevolg van 50% FPU-ontslag, wordt de formele arbeidsduur teruggebracht tot 18 uur, de seniorenarbeidsduur wordt gehandhaafd op 18 uur. De bezoldiging wordt voor dat gedeelte doorbetaald dat gelijk is aan de omvang van de seniorenarbeidsduur en dus gebaseerd op 18 uur. Voor het 'FPU-deel' ontvangt de ambtenaar een FPU-uitkering. Indien er sprake is van 30% FPU-ontslag bij 61 jaar: Wanneer de ambtenaar bij het bereiken van de leeftijd van 61 jaar voor 30% uittreedt, wordt de formele arbeidsduur dienovereenkomstig aangepast. Er resteert dan een formele arbeidsduur van 70% van de oorspronkelijke. De seniorenarbeidsduur wordt echter gehandhaafd op 18 uur. De bezoldiging wordt voor dat gedeelte doorbetaald dat overeenkomstig met de omvang van de seniorenarbeidsduur en dus gebaseerd op 18 uur. De ambtenaar krijgt dus geen 70% maar 50% van zijn oorspronkelijke bezoldiging doorbetaald. Voor het 'FPU-deel' ontvangt de ambtenaar een FPU-uitkering. Indien er sprake is van 70% FPU-ontslag bij 61 jaar: De formele arbeidsduur, de seniorenarbeidsduur en de bezoldiging worden dienovereenkomstig aangepast. Dat betekent dat de formele arbeidsduur van deze ambtenaar wordt gesteld op 30% van de oorspronkelijke; zijn bezoldiging bedraagt ook 30% van de oorspronkelijke bezoldiging. Voor het 'FPU-deel' ontvangt de ambtenaar een FPU-uitkering. 1.Het tweede lid regelt de situatie van degene die reeds gebruikmaakt van de 56-jarigenregeling en vervolgens voor de 60-jarigenregeling in aanmerking wenst te komen. Er zijn twee categorieën te onderscheiden, te weten degenen die voor 1 april reeds gebruikmaken van de 56jarigenregeling en degenen die vanaf 1 april 1996 van deze mogelijkheid gebruik gaan maken. Degenen die voor 1 april reeds hun seniorenarbeidsduur met een vijfde deel hebben teruggebracht, krijgen tot 1 mei 1996 de mogelijkheid kenbaar te maken dat zij van de 60jarigenregeling gebruik wensen te maken. Wanneer het verzoek gebruik te maken van de 60-jarigenregeling wordt ingewilligd, wordt de bezoldiging per 1 mei 1996 voor 90% uitbetaald. Bij het bereiken van de 60-jarige leeftijd, wordt de bezoldiging voor 82,5% uitbetaald. T.a.v. degenen die vanaf 1 april 1996 gebruikmaken van de 56-jarigenregeling, geldt dat de bezoldiging voor 90% wordt uitbetaald vanaf het moment dat de seniorenarbeidsduur met een vijfde deel wordt teruggebracht. Wanneer vervolgens bij het bereiken van de leeftijd van 60 jaar de seniorenarbeidsduur tot de helft wordt teruggebracht, wordt de bezoldiging voor 82,5 uitbetaald. Dit geldt dus uitsluitend voor degenen die reeds van de 56-jarigenregeling gebruikmaken op het moment dat zij de seniorenarbeidsduur verder terugbrengen. Hierbij wordt nog opgemerkt dat bij het tot de helft terugbrengen van de seniorenarbeidsduur, die reeds met een vijfde deel was teruggebracht, wordt uitgegaan van de oorspronkelijke betrekkingsomvang. Het is dus niet zo dat de seniorenarbeidsduur van degene die van de 56-jarigenregeling gebruikmaakt bij het bereiken van de leeftijd van 60 jaar tot 0,4 van de oorspronkelijke betrekkingsomvang wordt teruggebracht. 2.Bij de 60-jarigenregeling geldt dezelfde bepaling als bij de 56-jarigenregeling. Zie hiervoor de toelichting bij artikel 5:1, derde lid. Lid 5 e. v. Het vijfde lid en verder bepalen de wijze van verrekenen van neveninkomsten. Deze worden op de bezoldiging in mindering gebracht, met dien verstande dat in alle gevallen 50% van de bezoldiging resteert. Onder neveninkomsten wordt niet verstaan een uitkering op grond van de FPU-regeling. Als laatste wordt ingegaan op een relevant onderscheid tussen de 56- en de 60-jarigenregeling enerzijds en het sectorale preVut-regime anderzijds. Bij de 56- en 60-jarigenregeling wordt betrokkene geen ontslag verleend, enkel de werktijd wordt teruggebracht. De bezoldiging blijft gehandhaafd, deze wordt slechts gedeeltelijk uitbetaald. Het gebruikmaken van de 56- of de 60jarigenregeling heeft evenmin gevolgen voor de pensioenopbouw. situatie bij 61 jaar formele arbeidsduur *1 bezoldiging *2 FPU-uitkering *3 vermindering senioren arbeisduur *4 doorbetaling bezoldiging *5 voorbeeld 1 geen FPU ontslag blijft 100% blijft 100% geen blijft 50% blijft 50% voorbeeld 2 50% FPU ontslag wordt 50% wordt 50% gebaseerd op 50% ontslag blijft 50% wordt 50% voorbeeld 3 30% FPU ontslag *6 wordt 70% wordt 70% gebaseerd op 30% ontslag blijft 50% wordt 50% voorbeeld 4 70% FPU ontslag *7 wordt 30% wordt 30% gebaseerd op 30% ontslag wordt 30% wordt 30% *1 Het betreft hier de formele arbeidsduur -dit is de arbeidsduur volgens de aanstelling- zoals deze was voor het gebruik van de 60-jarigenregeling. Het percentage in de kolom duidt dus niet op een volledige of deeltijdaanstelling maar is een percentage van de oorspronkelijke arbeidsduur. *2 De bezoldiging is altijd in overeenstemming met de formele arbeidsduur, maar de doorbetaling kan verminderd zijn; zie daarvoor de laatste kolom. *3 Het in deze kolom genoemde percentage is het percentage van het oorspronkelijke dienstverband waarover FPU-ontslag is verleend en derhalve een FPU-uitkering wordt gegeven. Het zegt echter niets over de hoogte van de uitkering. *4 De verminderde seniorenarbeidsduur is uitgedrukt in een percentage van de oorspronkelijke formele arbeidsduur. *5 Na 61 jaar is de doorbetaling van de bezoldiging altijd in overeenstemming met de verminderde seniorenarbeidsduur. *6 Dit voorbeeld is bij een ander percentage FPU-ontslag op gelijke wijze van toepassing zolang het percentage niet meer bedraagt dan 50. *7 Dit voorbeeld is bij een ander percentage FPU-ontslag op gelijke wijze van toepassing zolang het percentage niet meer bedraagt dan 50.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel