Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8:2

Ontslag wegens ouderdomspensioen (T)

Onderdeel van Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Putten Toelichting

1.Bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd dient de ambtenaar eervol ontslag te worden verleend. Het ontslag gaat in op de eerste dag van de maand waarin betrokkene 65 jaar wordt. 2.Een ambtenaar die volledig gebruik maakt van de FPU-regeling heeft reeds voor zijn 65ste ontslag gekregen op grond van artikel 8:11. Ambtenaren met recht op een FPU-uitkering, maar daar niet of niet geheel gebruik van maken hebben op hun 65ste nog een (resterende) betrekking. Voor deelnemers met FPU-rechten regelt het ABP dat het pensioen niet eerder kan ingaan dan op de dag dat de deelnemer 65 wordt. Er moet dan ontslag wegens ouderdomspensioen worden verleend. De CAR regelt dat dat ontslag ingaat op de eerste van de maand volgend op die waarin de ambtenaar 65 is geworden. 3.In bijzondere situaties, bijvoorbeeld tijdens een herindeling, kan het wenselijk zijn dat een bepaalde ambtenaar nà zijn 65-jarige leeftijd tijdelijk doorwerkt. Als betrokkene hiermee instemt, wordt hem op een latere datum eervol ontslag verleend. Een tweede mogelijkheid is betrokkene na zijn ontslag een nieuwe aanstelling te verlenen op grond van artikel 2:4. In het eerste geval zal betrokkene, op grond van het pensioenreglement, ook langer pensioen opbouwen: inhouding van pensioenpremie op zijn bezoldiging is derhalve dan ook aan de orde. In het tweede geval, waarbij een nieuw dienstverband wordt aangegaan na de 65-jarige leeftijd, heeft de ambtenaar de keuze of er verder pensioenopbouw plaatsvindt. Dit is geregeld in artikel 16.1 van het pensioenreglement. Wordt gekozen voor de mogelijkheid om geen pensioen op te bouwen na 65 jaar, dan kan de nieuwe aanstelling niet plaatsvinden aansluitend aan het ontslag op grond van het eerste lid van dit artikel. Het ontslag zou dan namelijk ingaan op de eerste dag van de maand waarin de ambtenaar 65 wordt. Als dan vervolgens de nieuwe aanstelling direct ingaat dan wordt de ambtenaar vóór zijn 65ste aangesteld en is er wel sprake van verplichte pensioenopbouw. De nieuwe aanstelling moet dus ingaan op een later moment dan 65 jaar. Uiteraard kan een kleine maand gewacht worden met het aanstellen van de ambtenaar. Maar het college kan dan ook gebruik maken van de mogelijkheid voor een afwijkende ontslagdatum en kiezen voor de eerste van de maand volgend op die waarin de ambtenaar 65 is geworden. Als de betrokkene op diezelfde dag aangesteld wordt, is geen sprake meer van verplichte pensioenopbouw en – dus – inhouding van pensioenpremies. Door het verkrijgen van het recht op ouderdomspensioen worden financiële belemmeringen weggenomen bij ambtenaar en werkgever om een dienstverband aan te gaan dat geheel en al aansluit bij de wens van beide partijen. Zo kan de ambtenaar de wens hebben een minder belastende functie te krijgen, bijvoorbeeld in de vorm van minder uren en/of lager functieniveau met bijbehorende lagere betaling. Bij voortzetting van het dienstverband verschilt het bruto-netto traject en de premieafdrachten van de situatie waarin na de leeftijd van 65 jaar een nieuw dienstverband is aangegaan. Het aangaan van een nieuw dienstverband is voor zowel werkgever als werknemer voordeliger in financieel opzicht. Wel heeft het niet langer betalen van pensioenpremies natuurlijk gevolgen voor de pensioenopbouw. Tijdens het nieuwe dienstverband wordt geen pensioen meer opgebouwd. In het navolgende schema vindt u een overzicht met de gevolgen. Continuering dienstverband (art. 8:2 CAR) Nieuw dienstverband (art. 2:4 CAR, met toepassing 8:2, derde lid) Ingangsdatum OP Na afloop dienstverband M.i.v. eerste van de maand volgend op die waarin betrokkene 65 jaar wordt Opbouw OP/NP Tot einde dienstverband Stopt op eerste van de maand volgend op die waarin betrokkene 65 jaar wordt Premie AAOP Ja Nee Premie OP Ja Nee Premie NP Ja Nee Premie FPU Nee Nee Pseudopremie WW Nee Nee Premie WAO Nee Nee

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel