Naar hoofdinhoud
1.. De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, voor het parkeren van een voertuig in de parkeerzones wordt niet geheven van een houder van een geldige gehandicaptenparkeerkaart. 2.. De vrijstelling is uitsluitend van toepassing indien de gehandicaptenparkeerkaart, bedoeld in het eerste lid, met de daartoe bestemde zijde op een van buitenaf duidelijk zichtbare en leesbare plaats achter de voorruit van het motorvoertuig is geplaatst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel