Naar hoofdinhoud
Als uitgangspunt ter verkrijging van een vergunning dient de exploitant en beheerder niet in enig opzicht van slecht levensgedrag te zijn. Ook mag hij niet onder curatele staan, uit de ouderlijke macht of voogdij zijn ontzet of gedurende de laatste vijf jaar onherroepelijk te zijn veroordeeld voor bepaalde met name genoemde delicten (zie artikel 88a van de APV). In principe dienen de huidige exploitanten in aanmerking te kunnen komen om de bedrijfsvoering van hun bedrijf voort te zetten. Of de exploitanten en beheerders met een strafrechtelijk verleden in aanmerking komen voor vergunningverlening, hangt af van het moment waarop de strafbare feiten zijn gepleegd. Alle exploitanten en beheerders worden doorgelicht. Als bestaande inrichtingen worden in aanmerking genomen, die bedrijven die vóór de peildatum van 1 mei 2000 werd geëxploiteerd en als zodanig bij de gemeente en politie bekend waren. Ingevolge artikel 89 van de APV moet de exploitant – wil hij zijn rechten op de exploitatie niet verliezen – binnen 10 weken na 1 oktober 2000 de betreffende vergunning hebben aangevraagd. Er bestaat een aanvraagformulier voor het verkrijgen van de betreffende vergunning.

Rechtspraak bij dit artikel