In dit hoofdstuk wordt de opbouw en structuur van het handhavingsarrangement beschreven.
**2.1.** Juridisch kader
In de toepassingstabel in de bijlage, worden zeven relevante handhavingsgebieden per categorie regelgeving uitgewerkt:
Algemene Plaatselijke Verordening (APV) bepalingen t.a.v. openbare orde en veiligheid m.b.t. de exploitatie van horecabedrijven
Opiumwet m.b.t. horecabedrijven
Drank- en Horecawet
APV-bepalingen o.g.v. Wet op de kansspelen t.a.v. kansspelautomaten
APV-bepalingen o.g.v. Wet Milieubeheer en het Activiteitenbesluit t.a.v. geluidsoverlast
APV -bepalingen o.g.v. Woningwet, Wet Ruimtelijke Ordening, Bouwbesluit t.a.v. bestemmingsplan en terrassen
APV-bepalingen o.b.v. Opiumwet en AHOJGI+ criteria t.a.v. coffeeshops (Bij de vaststelling van het nieuwe coffeeshopbeleid, naar verwachting eind 2013, zullen de handhavingsstrategieën die zijn opgenomen in het handhavingsarrangement worden overgebracht naar het coffeeshopbeleid. Vanaf dat moment vervallen deze onderdelen van het handhavingsarrangement).
**2.2.** Werkingssfeer
In de uitvoeringstabel wordt aangegeven op grond van welke bevoegdheden er ten aanzien van welke wet- en regelgeving wordt opgetreden tegen welke overtredingen. Het handhavend optreden betreft het nemen van bestuurlijke maatregelen met gebruikmaking van bestuursrechtelijk instrumentarium, teneinde ongewenste situaties en gedragingen te “redresseren” oftewel in overeenstemming te brengen met de uitgangssituatie. Het heeft daarmee een reparatoir (herstellend) karakter.
Op de eerste plaats regelt het handhavingsarrangement dan ook de bestuurlijke handhaving, door de gemeente, binnen haar territorium en huishouding, gebaseerd op bestuursrecht. Het voorziet slechts in het strafrechtelijk optreden voor zover dit een complementair karakter heeft als zelfstandig reparatoir (herstellend, reparerend) instrument, en dus uitdrukkelijk NIET als punitief (als straf) leedtoevoegend handhavingsmiddel.
Het handhavingsarrangement regelt dan ook nadrukkelijk niet het autonome, strafrechtelijk optreden door de politie in het kader van opsporing, gericht op het instellen van strafvervolging door het Openbaar Ministerie. Noch voorziet het arrangement te treden in beleid dat door het OM en door de politie vastgesteld is. Wel houdt het er rekening mee, evenals als met de werkwijzen en beleidstrajecten van andere partners. Het handhavingsbeleid van de partners is dan ook wel voor zover mogelijk in de tabel weergegeven zodat de onderlinge verhouding inzichtelijk wordt.
Het arrangement biedt de politie wel een complementaire bevoegdheid om, vanuit toezicht, zo nodig over te kunnen gaan tot het opleggen van strikt strafrechtelijk sancties. Tevens voorziet het toekennen van de toezichtbevoegdheid in een opmaat naar opsporing. Dit kan wel de bekende “twee-petten” problematiek in de hand werken. Medewerkers van de LBB en de politie zullen zich voortdurend bewust moeten zijn van de vraag of en wanneer zij optreden als toezichthouder en/of wanneer als opsporingsambtenaar en wanneer toezicht overgaat in opsporing. Er zal dan ook goede afstemming nodig zijn over de manier van optreden en de toepassing van bevoegdheden bij het uitvoeren van controles en het hanteren van de ter beschikking staande handhavingsinstrumenten.
Op bestuurlijk niveau is besloten dat het geenszins de bedoeling is dat de politie de toezichthoudende taak weer volledig gaat overnemen van de gemeente. De toezichthoudende taak van de politie is niet meer, maar ook niet minder, dan complementair aan de gemeentelijke toezichthoudende en bestuurlijk handhavende taak.
Ook de kerntakendiscussie bij de politie, waarbij bestuurlijke en bestuursrechtelijke taken afgestoten plegen te worden, impliceert dat het primaat van de bestuurlijke handhaving bij de gemeente ligt.
Artikel Opbouw en structuur
Artikel Opbouw en structuur
Onderdeel van Handhavingsarrangement horeca Schiedam 2013 - 2017