**1.** Algemeen:
1. om aanspraak te kunnen maken op subsidie moet een instelling
aangesloten zijn bij een landelijke en/of provinciale
koepelorganisatie of branchevereniging, indien daartoe de kans
bestaat;
2. harmonie-, fanfarekorpsen en brassbands heffen een
contributie van tenminste € 90,-- per lid per jaar; de overige
onder dit hoofdstuk
vallende instellingen heffen een contributie/bijdrage van
tenminste € 70,-- per lid/deelnemer per jaar;
3. wanneer het college dit verzoekt werken harmonieën, fanfares
en brassbands gratis mee aan de viering van verjaardagen van
leden van het koninklijk huis, nationale feestdagen en/of andere
gelegenheden;
4. harmonieën, fanfares en brassbands hebben tenminste 25
werkende leden, drumbands tenminste 15 leden en de overige onder
dit
hoofdstuk vallende instellingen hebben tenminste 10 leden;
5. alle instellingen met 25 leden of meer, ontplooien tenminste
1 activiteit per jaar waaruit inkomsten worden verworven die
minimaal 4 % van de jaaromzet bedragen. Tot de eigen inkomsten
wordt niet gerekend contributieheffing, inschrijfgelden of
gemeentelijk subsidie.
**2.** Harmonie-, fanfarekorpsen en brassbands, die subsidie ontvangen
zijn verplicht om éénmaal per vijf aaneengesloten jaren aan een
onder auspiciën en reglementering van de landelijke en/of
provinciale bond of federatie, waarbij de betreffende instelling
is aangesloten, te houden concours deel te nemen.
**3.** Met het aantal leden en het aantal bespeelde instrumenten wordt
bedoeld het aantal leden (excl. blokfluitleerlingen) en het
aantal bespeelde instrumenten per 1 januari van het jaar
voorafgaand aan het jaar, waarvoor subsidie wordt
aangevraagd.
Titeldeel 1 › Hoofdstuk 7
Artikel 30
Bijzondere subsidievoorwaarden
Onderdeel van Nadere Regels Subsidium Noord-Beveland 2014