**1..** De rechthebbende op een onroerende zaak is verplicht toe te laten dat in, op of aan die onroerende zaak vanwege en overeenkomstig de aanwijzingen van het college, voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer of openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
**2..** Het college maken van tevoren aan de rechthebbende als bedoeld in het eerste lid hun besluit bekend over te gaan tot het doen aanbrengen of wijzigen van een voorwerp, bord of voorziening als bedoeld in het eerste lid.
**3..** Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht van toepassing is.
Artikel 2.1.6.4
Voorzieningen voor verkeer en verlichting
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Dinkelland 2009