Naar hoofdinhoud
1.. De commissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken. 2.. De commissie is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad. 3.. Het budgetbeheer van de commissie ligt in formele zin bij de voorzitter van de commissie en in materiële zin bij de griffier. 4.. De commissie verantwoordt de baten en lasten van het vorig begrotingsjaar in het jaarverslag aan de raad. 5.. Ten laste van het in lid 1 bedoelde budget worden de kosten gebracht van : De vergoeding van de voorzitter; Externe deskundigen die door de commissie zijn ingeschakeld; De kosten van de ambtelijk secretaris zoals bedoeld in artikel 7; Ambtelijke ondersteuning zoals bedoeld in artikel 8 van deze verordening; Eventuele uitgaven die de commissie nodig acht voor de uitoefening van haar taak. 6.. Na afloop van een boekjaar wordt door secretariaathoudende gemeente - op basis van verdeelsleutels naar rato van inwoneraantal van de samenwerkende gemeenten - de gezamenlijk gemaakte kosten in rekening gebracht bij de deelnemende gemeenten. 7.. De administratie van baten en lasten, alsook de financiële verantwoording daarover, vindt plaats via de gemeentelijke boekhouding waaronder inbegrepen begroting en jaarstukken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel