Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt, indien een belanghebbende een
tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in
het bestaan heeft betoond, anders dan door gedragingen als bedoeld in
artikel 9 Wwb en artikel 37 Ioaw en Ioaz, de uitkering verlaagd:
a.met 100% van de uitkeringsnorm gedurende één maand, indien
belanghebbende verwijtbaar
geen of geen volledig recht heeft op een uitkering krachtens een
sociale verzekering of daarmee
naar aard en doel overeenkomende buitenlandse regeling of private
verzekering, dan wel
het verwijtbaar verliezen van een zodanig recht;
b.met 10% van de uitkeringsnorm per maand gedurende de periode waarop
belanghebbende niet
op uitkering zou zijn aangewezen indien hij op verantwoorde wijze de
middelen waarover hij
beschikte of redelijkerwijze kon beschikken zou hebben aangewend;
c.met 50% van de uitkeringsnorm gedurende twee maanden, indien een
voorliggende voorziening
in verband met verrekening van de recidiveboete niet tot uitbetaling
komt.
Hoofdstuk 3.
Artikel 13.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wwb, Ioaw en Ioaz 2013