Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Hoogte langdurigheidstoeslag

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag 2012

In artikel 3 is de hoogte van de langdurigheidstoeslag geregeld. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een alleenstaande, een alleenstaande ouder en gehuwden. Is één van de gehuwden of daarmee gelijkgesteld echter uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag, anders dan vanwege het niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 36 lid 1 WWB, dan komt de rechthebbende wel in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag. In deze situatie komt de rechthebbende in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte zoals die voor een alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. Dat is geregeld in artikel 2 lid 3 van deze verordening. Uit oogpunt dat de toeslag praktisch uitvoerbaar moet zijn is hier gekozen om de huidige percentage van 40% van de voor de persoon toepasselijke bijstandsnorm aan te houden voor de bepaling van de hoogte van de toeslag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel