Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van BOMENVERORDENING GEMEENTE MOOK EN MIDDELAAR 2009

1.. In deze verordening wordt verstaan onder: houtopstand: één of meer bomen, hakhout, houtwal, heg, bosplantsoen of Maasheg; boom: een houtachtig opgaand gewas met een stamomvang van 32 centimeter of meer, gemeten op 1.30 meter boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de stamomvang van de dikste stam. In afwijking van het hiervoor gestelde kan de stamomvang kleiner zijn indien sprake is van een boom in het kader van een herplantplicht of instandhoudingsplicht. dunning: betreft een velling, welke uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ten gunste van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd; bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1 lid 5 van de Boswet; bomen effect analyse; een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor houtopstand, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting. boomwaarde; de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen. Bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 2.2. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 2.. In deze verordening wordt onder vellen mede verstaan rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel