Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Archeologieverordening Ridderkerk 2013

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: Monumentenwet: de Monumentenwet 1988; beschermd archeologisch monument: 1.beschermd monument als bedoeld in artikel 1, onderdeel d van de Monumentenwet, voor zover het betreft een beschermd archeologisch monument als bedoeld in artikel 1, onderdeel c van die wet; gemeentelijke archeologische waardenkaart: topografische kaart van het gemeentelijke grondgebied of delen van het grondgebied, waarop archeologisch belangrijke plaatsen en archeologische verwachtingsgebieden zijn aangewezen; archeologisch belangrijke plaats: terrein, aangewezen op de gemeentelijke archeologische waardenkaart, dat van algemeen belang is wegens daar aanwezige archeologische vondsten en sporen, niet zijnde een beschermd archeologisch monument; archeologisch verwachtingsgebied: gebied, aangewezen op de gemeentelijke archeologische waardenkaart, waarin sprake is van een lage, redelijk hoge of hoge verwachting; lage archeologische verwachting: kleine kans op archeologische vondsten, sporen of informatie; redelijk hoge archeologische verwachting; gemiddelde kans op archeologische vondsten, sporen of informatie; hoge archeologische verwachting: grote kans op archeologische vondsten, sporen of informatie. programma van eisen: programma dat door het college wordt vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en de uitvoering van archeologisch onderzoek; plan van aanpak: plan dat weergeeft hoe een archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen denkt te gaan beantwoorden.

Rechtspraak bij dit artikel