Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
Monumentenwet: de Monumentenwet 1988;
beschermd archeologisch monument:
1.beschermd monument als bedoeld in artikel 1, onderdeel d van
de Monumentenwet, voor zover het betreft een beschermd
archeologisch monument als bedoeld in artikel 1, onderdeel c van
die wet;
gemeentelijke archeologische waardenkaart: topografische kaart
van het gemeentelijke grondgebied of delen van het grondgebied,
waarop archeologisch belangrijke plaatsen en archeologische
verwachtingsgebieden zijn aangewezen;
archeologisch belangrijke plaats: terrein, aangewezen op de
gemeentelijke archeologische waardenkaart, dat van algemeen
belang is wegens daar aanwezige archeologische vondsten en
sporen, niet zijnde een beschermd archeologisch monument;
archeologisch verwachtingsgebied: gebied, aangewezen op de
gemeentelijke archeologische waardenkaart, waarin sprake is van
een lage, redelijk hoge of hoge verwachting;
lage archeologische verwachting: kleine kans op archeologische
vondsten, sporen of informatie;
redelijk hoge archeologische verwachting; gemiddelde kans op
archeologische vondsten, sporen of informatie;
hoge archeologische verwachting: grote kans op archeologische
vondsten, sporen of informatie.
programma van eisen: programma dat door het college wordt
vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en
de uitvoering van archeologisch onderzoek;
plan van aanpak: plan dat weergeeft hoe een archeologische
uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen
denkt te gaan beantwoorden.