**1..** De subsidie-ontvanger die een subsidie heeft ontvangen van meer dan € 7.500,-- dient binnen 20 weken na afloop van de activiteiten, zoals bedoeld in het activiteitenprogramma of het tijdvak waarvoor het subsidie is verleend, een aanvraag tot subsidievaststelling in tenzij:
bij deze verordening of bij de subsidieverlening is bepaald dat de aanvraag pas wordt ingediend telkens na afloop van een gedeelte van het tijdvak, waarvoor het subsidie is verleend, of;
de vaststelling van het subsidie bij een uitvoeringsovereenkomst anders is geregeld.
**2..** Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid wordt door de subsidie-ontvanger een financiële en inhoudelijke rapportage ingestuurd.
**3..** In de inhoudelijke rapportage worden in ieder geval beschreven de aard en de omvang van de activiteiten en een vergelijking tussen de nagestreefde en gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de verschillen. Burgemeester en wethouders kunnen daartoe nadere regels stellen.
**4..** De in lid 2 genoemde financiële rapportage wordt bij subsidiebedragen van meer dan € 40.000,-- voorzien van een verklaring over de rechtmatigheid en de naleving van de subsidievoorwaarden door de subsidie-ontvanger, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
**5..** Burgemeester en wethouders kunnen bij subsidiebedragen van minder dan € 40.000,-- het vierde lid van overeenkomstige toepassing verklaren.
**6..** Burgemeester en wethouders stellen het subsidie overeenkomstig de subsidieverlening vast tenzij toepassing wordt gegeven aan de artikelen 4:46 tot en met 4:51 van de Awb.
**7..** Als de aanvraag tot vaststelling niet binnen de daartoe gestelde termijn is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de subsidie-ontvanger een termijn stellen, waarbinnen de aanvraag alsnog wordt ingediend.
**8..** Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het in dit artikel in lid 1 gestelde.