Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de ambtenaar die is
ontslagen met ingang van 1 januari 2001 of later. (Zie ook
artikel 10:29 lid 1)
**1.** In deze regeling wordt verstaan onder 'bezoldiging': de bezoldiging
bedoeld in artikel 3:1, tweede lid, van deze regeling, zoals deze
laatstelijk vóór het ontslag aan de betrekking was verbonden,
vermeerderd met de vakantietoelage, bedoeld in artikel 6:3 van deze
regeling, en de eindejaarsuitkering bedoeld in artikel 3:6.
**2.** Voor zover in de bezoldiging een bedrag moet worden begrepen wegens
de vergoeding, bedoeld in artikel 3:3 van deze regeling, wordt dit
bedrag berekend naar het gemiddelde over de aan de dag van het
ontslag voorafgaande twaalf volle kalendermaanden.
**3.** Indien in de bezoldiging anders dan wegens periodieke verhoging
wijziging zou zijn gekomen als de betrokkene de betrekking op die
bezoldiging zou zijn blijven vervullen, geldt met ingang van de dag
van in werking treden van die wijziging het gewijzigde bedrag als
bezoldiging.
**4.** Indien de bezoldiging wegens verminderde werkzaamheden voorafgaande
aan de opheffing van de betrekking lager was dan zonder verminderde
werkzaamheden het geval zou zijn geweest, kan de bezoldiging ten
gunste van betrokkene worden herzien.