Hoofdstuk 11 is niet van toepassing op de ambtenaar of
arbeidscontractant die ontslagen is met ingang van 1 januari
2001 of later. (Zie ook artikel 11:32 lid 1.)
**1.** Wanneer de betrokkene inkomsten verkrijgt uit of in verband met
arbeid, waaronder mede wordt verstaan een uitkering krachtens de
WAJONG of de WAZ, of bedrijf, ter hand genomen op of na de dag
waarop hem het ontslag is verleend dan wel schriftelijk mededeling
is gedaan van het voornemen hem ontslag te verlenen, wordt op de in
artikel 11:6 bedoelde uitkering een vermindering toegepast tot het
bedrag waarmee die inkomsten en uitkering samen de bezoldiging te
boven gaan. Voor de bepaling van het bedrag waarmede de uitkering
vermeerderd met inkomsten zoals bedoeld in de eerste volzin, de
bezoldiging overschrijdt, wordt een vermindering van de uitkering
ingevolge artikel 11:23, eerste lid, niet in aanmerking
genomen.
**2.** Ten aanzien van de betrokkene aan wie een uitkering is toegekend en
die wegens ongeschiktheid tot het verrichten van zijn betrekking
ontslag is verleend uit de betrekking die hij gedurende de met recht
op uitkering doorgebrachte tijd bekleedde en waarin hij deelnemer
was in de zin van het pensioenreglement, worden inkomsten bedoeld in
het eerste lid als volgt verrekend. De inkomsten, ter hand genomen
met ingang van of na de dag waarop het ontslag plaats vond uit de
betrekking die door betrokkene gedurende de met recht op uitkering
doorgebrachte tijd werd bekleed, worden verrekend over de maand
waarop zij betrekking hebben of geacht kunnen worden betrekking te
hebben. In afwijking van het gestelde in het eerste lid, geschiedt
deze verrekening op zodanige wijze dat de oorspronkelijk toegekende
uitkering wordt verminderd met het bedrag waarmee het pensioen al
dan niet aangevuld met een wachtgeld of uitkering, vermeerderd met
de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf met inbegrip
van de oorspronkelijk toegekende uitkering de oorspronkelijke
bezoldiging overschrijdt. Indien na die vermindering een bedrag aan
overschrijding van de bezoldiging resteert, wordt het aanvullende
wachtgeld of de aanvullende uitkering verminderd met het resterende
bedrag aan overschrijding.
**3.** Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van
inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen
gedurende vakantie, verlof of non-activiteit, onmiddellijk
voorafgaande aan het ontslag ter zake waarvan hem de uitkering is
toegekend.
**4.** Wanneer de betrokkene op of na de dag bedoeld in het eerste lid,
inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of bedrijf ter
hand genomen vóór evenbedoelde dag, is ten aanzien van die inkomsten
of hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van
overeenkomstige toepassing. De hierbedoelde vermindering vindt
echter niet plaats, indien de inkomsten of hogere inkomsten het
gevolg zijn van algemene loonsverhogingen, of indien betrokkene
aannemelijk maakt dat die inkomsten niet het gevolg zijn van
verhoogde werkzaamheid of van andere oorzaken, verband houdende met
het ontslag.
**5.** Onder inkomsten bedoeld in de voorgaande leden worden niet verstaan
inkomsten, verkregen wegens overwerk of gratificatie.