Hoofdstuk 11 is niet van toepassing op de ambtenaar of
arbeidscontractant die ontslagen is met ingang van 1 januari
2001 of later. (Zie ook artikel 11:32 lid 1.)
**1.** Indien de betrokkene ter zake van de dienstbetrekking waaruit hij
met recht op uitkering is ontslagen, aanspraak heeft op een
WAO-uitkering en in voorkomend geval vermeerderd met een
invaliditeitspensioen, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van
minder dan 80%, wordt het geldende bedrag van de uitkering,
toegekend ter zake van hetzelfde ontslag, met het hierna genoemde
percentage verminderd. Deze vermindering bedraagt bij een
arbeidsongeschiktheid van
65% tot 80% :
80%;
55% tot 65% :
60%;
45% tot 55% :
50%;
35% tot 45% :
40%;
25% tot 35% :
30%;
15% tot 25% :
20%;
minder dan 15% :
0%.
De som van de in de eerste volzin bedoelde WAO-uitkering, in
voorkomend geval vermeerderd met een invaliditeitspensioen, en de
verminderde uitkering bedraagt voorts niet meer dan de onverminderde
uitkering die wordt genoten indien er geen sprake is van samenloop.
Ingeval van overschrijding wordt het overschrijdende bedrag op de
uitkering in mindering gebracht.
**2.** Indien de betrokkene, bedoeld in het eerste lid, geen WAO-uitkering
aanvraagt en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor
de toepassing van dit artikel rekening gehouden met de WAO-uitkering
waarbij een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer behoort.
**3.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen
door betrokkene, bedoeld in het eerste lid, de WAO-uitkering
vermindering ondergaat, dan wel het recht op deze uitkering geheel
of gedeeltelijk wordt geweigerd, en dit betrokkene redelijkerwijs
kan worden verweten, wordt de bedoelde uitkering voor de toepassing
van dit artikel steeds geacht onverminderd te zijn genoten.