Dit hoofdstuk is van toepassing op een zeer beperkte groep
ambtenaren. (Zie artikel 11a:21)
**1.** Betrokkene heeft recht op suppletie vanaf het tijdstip dat aan hem
ontslag is verleend op grond van ongeschiktheid voor de vervulling
van zijn betrekking wegens ziekte.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien het in dat lid
bedoelde ontslag wordt verleend na het moment dat de ongeschiktheid
voor de vervulling van zijn betrekking wegens ziekte 90 maanden
onafgebroken heeft geduurd. Voor het bepalen van genoemde periode
van 90 maanden worden perioden van ziekte samengeteld indien die
elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.