Dit hoofdstuk is van toepassing op een zeer beperkte groep
ambtenaren. (Zie artikel 11a:21)
**1.** Indien de betrokkene gedurende de periode dat recht bestaat op
suppletie, ter zake van de dienstbetrekking waaruit dat recht op
suppletie is ontstaan, een werkloosheidsuitkering, een Waz-uitkering
dan wel een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt, wordt het
bedrag van genoemde uitkering of uitkeringen in mindering gebracht
op het bedrag van de suppletie. Indien de bedoelde betrokkene uit
hoofde van twee of meer dienstbetrekkingen als overheidswerknemer
recht heeft op een WAO-uitkering, wordt die uitkering voor de
toepassing van de eerste volzin, toegerekend aan de dienstbetrekking
ter zake waarvan hem recht op suppletie is toegekend, naar rato van
de feitelijk genoten inkomsten uit hoofde van de desbetreffende
dienstbetrekkingen.
**2.** Indien de betrokkene recht heeft op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering die kan worden toegerekend aan een
dienstbetrekking, waaruit hij is ontslagen op een datum, gelegen
vóór de datum van ontslag uit de dienstbetrekking ter zake waarvan
hem recht op suppletie is toegekend, welk recht voortduurt na
laatstgenoemde datum, wordt, in geval van een verhoging van de mate
van de arbeidsongeschiktheid waardoor het bedrag van die
arbeidsongeschiktheidsuitkering verhoogd wordt, uitsluitend het
bedrag van die verhoging van die arbeidsongeschiktheidsuitkering in
mindering gebracht op het bedrag van de suppletie. Indien de
bedoelde betrokkene uit hoofde van twee of meer dienstbetrekkingen
als overheidswerknemer recht heeft op een WAO-uitkering, wordt die
uitkering voor de toepassing van de vorige volzin toegerekend aan de
in die volzin eerstgenoemde dienstbetrekking, naar rato van de
feitelijk genoten inkomsten uit hoofde van de desbetreffende
dienstbetrekkingen.
**3.** Indien de toerekeningswijze, bedoeld in het tweede lid, in een
individueel geval naar het oordeel van het bestuursorgaan leidt tot
een kennelijk onredelijke uitkomst voor de betrokkene, kan het
bestuursorgaan ten gunste van die betrokkene tot een wijze van
toerekenen besluiten die met de strekking van dit artikel
overeenkomt.