Het college stelt voor de ambtenaar aan wie de verplichting, bedoeld in
artikel 2:1B , tweede lid, onder c, is opgelegd, regelen ter vergoeding
daarvan. Geen vergoeding wordt toegekend, indien uitdrukkelijk is
bepaald, dat bij de vaststelling van de bezoldiging met vorenbedoelde
verplichting is rekening gehouden.