**1.** Tijdens de schorsing ingevolge artikel 8:15:1, eerste lid, onder b
of c, kan de bezoldiging voor een derde gedeelte worden ingehouden;
na verloop van een termijn van zes weken kan een verdere
vermindering van het uit te keren bedrag, ook tot het volle bedrag
van de bezoldiging, plaatsvinden, behoudens het bepaalde in het
derde lid.
**2.** Tijdens de schorsing ingevolge artikel 8:15:1, eerste lid, onder a,
kan tot de in de strafaanzegging of –oplegging genoemde datum van
ingang van het ontslag de bezoldiging geheel of gedeeltelijk worden
ingehouden, behoudens het bepaalde in het derde lid. Met ingang van
de datum van het ontslag wordt de uitkering van de bezoldiging
geheel gestaakt.
**3.** Het betaalbare gedeelte van de bezoldiging kan aan anderen dan de
ambtenaar worden uitgekeerd. Gedurende de schorsingsperiode blijft
de ambtenaar in ieder geval in het genot van een bedrag, gelijk aan
het op hem verhaalbare gedeelte van de premies voor pensioen.
**4.** De ingevolge het eerste lid niet uitgekeerde bezoldiging wordt
alsnog uitbetaald, indien de schorsing niet door een door de
strafrechter opgelegde straf wordt gevolgd of ook indien en in
zoverre op andere gronden alsnog tot uitbetaling wordt besloten.
**5.** De ingevolge het tweede lid niet uitgekeerde bezoldiging wordt
alsnog uitbetaald, indien op de schorsing bestraffing van de
ambtenaar met onvoorwaardelijk ontslag niet volgt.