Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke participatie WWB 2013.
Aldus vastgesteld in de openbare raad op 16 september 2013
De griffier, De voorzitter,
Algemene toelichting Verordening maatschappelijke participatie WWB 2013
Kinderen moeten in hun kansen en mogelijkheden tot ontwikkeling niet worden belemmerd door de slechte financiële positie van hun ouders. Maatschappelijke participatie van een kind is van groot belang met het oog op zijn of haar kansen op een zelfredzame toekomst. De wetgever beoogt inkomensondersteuning rechtstreeks aan zoveel mogelijk minderjarige kinderen van de doelgroep ten goede te late komen en vindt het daarom wenselijk dat de categoriale bijzondere bijstand aan deze groep in natura en niet als geldbedrag wordt verleend. Dit is vastgelegd in artikel 48 lid 4 WWB.
Artikel 8 lid 1 onderdeel g WWB bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels moet stellen over het verlenen van categoriale bijzondere bijstand aan een persoon met een hem ten laste komend kind dat onderwijs of een beroepsopleiding volgt met betrekking tot de kosten in verband met maatschappelijke participatie van dat kind. Hierbij moet in ieder geval worden bepaald op welke wijze invulling wordt gegeven aan het begrip ‘maatschappelijke participatie’ (artikel 8 lid 2 onderdeel d WWB).
Omdat het college reeds een aantal regelingen uitvoert die uitdrukkelijk zien op ondersteuning van schoolgaande kinderen uit gezinnen met een laag inkomen is ervoor gekozen niet nog een regeling daaraan toe te voegen.
Artikelsgewijze toelichting Verordening maatschappelijke participatie WWB 2013