**1..** Er kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor reiskosten in verband met het bezoeken van een gezinslid, eerstegraads familielid of tweedegraads familielid dat ten gevolge van ziekte of ongeval gedurende langere tijd is opgenomen in een inrichting.
**2..** Onder ‘gezinslid’ in het eerste lid wordt verstaan: de partner, het (pleeg)kind of de (pleeg)ouder die een huishouden vormt met belanghebbende.
**3..** Bij de verstrekking van de bijstand wordt uitgegaan van de volgende maximale bezoekfrequenties:
gezinslid: maximaal driemaal per week bij ziekte of ongeval, en maximaal eenmaal per week bij langdurige verpleging;
eerstegraads familielid: maximaal tweemaal per week bij ziekte of ongeval, en maximaal eenmaal per twee weken bij langdurige verpleging;
tweedegraads familielid: maximaal eenmaal per week bij ziekte of ongeval, en maximaal eenmaal per drie weken bij langdurige verpleging.
**4..** Bij het vaststellen van de hoogte van de bijstand wordt uitgegaan van de kosten van openbaar vervoer.
**5..** Als reizen met het openbaar vervoer niet mogelijk is, dan wordt de bijstand verstrekt voor vervoer per auto. Daarbij wordt € 0,19 per gereden kilometer vergoed.
Hoofdstuk V
Artikel 5.20 Reiskosten in verband met bezoek ziek familielid
Artikel 5.20 Reiskosten in verband met bezoek ziek familielid
Onderdeel van BELEIDSREGELS ALGEMENE EN BIJZONDERE BIJSTAND, IOAW, IOAZ EN BBZ 2004