Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk V

Artikel 5.35 Woonkosten voor eigenaren

Artikel 5.35 Woonkosten voor eigenaren

Onderdeel van BELEIDSREGELS ALGEMENE EN BIJZONDERE BIJSTAND, IOAW, IOAZ EN BBZ 2004

1.. Er bestaat recht op bijzondere bijstand (woonkostentoeslag) voor de kosten van het bewonen van een eigen woning. 2.. Er is geen recht op woonkostentoeslag als de woonkostentoeslag minder bedraagt dan het bedrag genoemd in artikel 14 lid 5 AWIR. 3.. Bij het vaststellen van het inkomen volgens artikel 5.3, zesde lid, geldt dat ook met het inkomen van inwonende kinderen tot 23 jaar rekening wordt gehouden, voor zover dat meer bedraagt dan het bedrag genoemd in artikel 7 lid 5 AWIR; ook rekening wordt gehouden met het inkomen van eventuele medebewoners die niet tot het gezin van belanghebbende behoren. 4.. In afwijking van het derde lid onder b wordt het inkomen van medebewoners niet meegenomen bij het vaststellen van de draagkracht als deze medebewoners met belanghebbende een gezamenlijke koopovereenkomst hebben. In dat geval worden de woonkosten voor belanghebbende naar evenredigheid vastgesteld. 5.. Er kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de kosten van hypotheekrente, het eigenaarsdeel onroerende zaakbelasting, de premie brand- en opstalverzekering, rioolrechten, erfpachtcanons en onderhoudskosten. 6.. Voor de hoogte van onderhoudskosten genoemd in het vijfde lid wordt aangesloten bij de bedragen die worden gegeven in Grip op WWB van Kluwer Schulinck. 7.. De hoogte van de woonkostentoeslag wordt berekend op basis van de rekensystematiek van de Wet op de huurtoeslag. 8.. De woonkostentoeslag wordt voorlopig toegekend als de hoogte van de teruggaaf inkomstenbelasting en de hoogte van de hypotheekrente nog niet definitief vaststaan. Belanghebbende moet de definitieve aanslag van de Belastingdienst en de jaaropgaaf van de hypotheekverstrekker inleveren zodra hij deze heeft ontvangen. De woonkostentoeslag wordt dan definitief vastgesteld. Te veel verstrekte bijstand wordt teruggevorderd. Bij een hogere definitieve vaststelling vindt een nabetaling plaats. 9.. Aan de bijstand kan een verhuisverplichting worden opgenomen als de woonkosten hoger zijn dan de maximale huurgrens uit artikel 13 WHT.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel