Lid 3: Wanneer bijvoorbeeld in de afgelopen drie kalenderjaren respectievelijk 100, 150 en 200 woonruimtes in de huursector zoals bedoeld in artikel 2.3.1, sub a van de verordening, dan geldt dat in het huidige jaar maximaal 30% van 150 (het gemiddelde over de drie voorgaande jaren) woonruimten via het lokaal maatwerk mag worden toegewezen. In dit voorbeeld zijn dat dan 45 woningen.
Lid 4: Wanneer bijvoorbeeld 45 woningen via lokaal maatwerk mogen worden toegewezen, en 20% van alle woningzoekende huishoudens betreft jongeren t/m 30 jaar, 35% betreft senioren vanaf 65 jaar en 45% betreft overige huishoudens, dan worden de 45 woningen voor lokaal maatwerk op de volgende manier verdeeld (afgerond): 9 gelabeld voor jongeren t/m 30 jaar, 16 gelabeld voor senioren vanaf 65 jaar, en 20 voor de overige huishoudens. Woningen die worden toegewezen op basis van lid 2 van dit artikel worden in mindering gebracht op de ruimte per doelgroep.
De werkelijke aantallen die gebruikt worden voor de invulling van lid 3 en 4 van artikel 2 worden jaarlijks berekend en verantwoord aan de provincie.
Artikel 2:
Lokaal Maatwerk
Onderdeel van 1e Wijziging Beleidsregels Huisvestingsverordening Baarn 2013